Bert Bevers

 

MOM



Er zijn mensen zat die nooit weg gaan, en landen

van eentaligen. Winter is op komst met onsterfelijke

ambities, slaat knarsend zijn tenten op. Binnen wist

hij van een samenzwering met vreemden, en lachte hij

bij de gedachte. Kraaien zijn overal zwart.


Fluitend buiten de wereld om ziet hij propaganda zonder

voetnoten. Voelt hij natte huid tegen droog masker.



KLOKSLAG



Verstillend tot stenen stem een inzicht

in grijs van vroeger. Wat deed ruimte

daar aan ongehoord geloop? Laaiende

vreugde voorbij te gast in ouderloze

tijd. Wrok moet geen lijf hebben.


En bloed, bloed moet binnen blijven.

Als een klein jong. Dat moet bloed.




CLOECK & MOEDIGH



Mik ver in vastberaden stand. Hoeder

zijn wij van de aardse tabernakel. In

een beschutte lotsplooi bekijken we

vanwaar. Fantaseer dat wereld hoger

liefst. Maar soms mag ontspannen.


Bij bier, en verse kreukels. Met

gelach in oude feesten van drie dagen.