Chris Van de Rijck

 


Chris Van de Rijck



Tanka’s



nu de winter komt

spint de herfstzon nog wat goud

dat straks zilver wordt

minzaam kijk ik naar mijn tuin

elke dag, vanuit mijn stoel



februari nacht

tussen de wolken schemert

een kleurloze maan

met haar wandel ik even

de oneindigheid in



opa zwijgt

één en al waardigheid

oud als hij is

ik recht mijn rug, hef het hoofd

en ga dan door mijn knieën



uit de dichtbundel ‘Licht vangen‘




Tankasuite



iets vertelt me iets



ochtendschemering –

slaperige bloemknopjes

de kroon gesloten

tot het licht zacht binnendringt

en de wind zingt, grenzeloos



na een hele klim

de zon op haar hoogste stand –

die weelde aan geel

bloemen nu volop bloeiend

het zomert in ons leven



avondwandeling

rust in het hart als de zon

naar de einder reist –

stilaan sluit alles zich af

stilte daalt neer, fluisterend



Natuurhaiku’s 




ijswater –

een ontluikend knopje trilt

bij elke drup



de hoge golf breekt

kabbelt wat na op het strand

rond kinderteentjes



grijs op grijs

alleen de einder

een dun streepje blauw



uit de bloemlezing ‘aan het woord 2014’




Senryu’s



hij knikt zichzelf toe

met dichtgeknepen ogen

in het spiegelglas



haar naam in het zand

na eindeloos zoenen

verkeerd gespeld



De eerste senryu en de laatste senryu uit een reeks gepubliceerde teksten

in het tijdschrift ‘Vuursteen’